Eerlijk ? Wandelen met kinderen is soms een klein avontuur vóór het avontuur. Maar zodra je ze een makkelijke route geeft, een ijsje in het vooruitzicht én een camping waar ze kunnen rondrennen tot ze omvallen… dan loopt iedereen ineens een stuk vrolijker. Ik heb de afgelopen jaren behoorlijk wat familietochten getest – van korte rondjes langs kabbelende beekjes tot bosroutes met “wow-momentjes”. En ja, soms was het met gemopper, soms met popcornmomenten. Maar goed, dat hoort erbij.
Voor wie zoekt naar dat perfecte trio makkelijk pad + leuke tussenstop + kindvriendelijke camping: er zijn echt pareltjes te vinden. Zelf heb ik een keer onverwacht goed geslapen (en dat zegt wat) op een plek die ik ontdekte via https://camping-eden.net, gewoon middenin een rustige groene vallei waar de kinderen de halve dag kikkers probeerden te spotten. Het klinkt misschien simpel, maar zo’n omgeving maakt een wereld van verschil wanneer je met jonge wandelaars onderweg bent.
Waarom eenvoudige routes vaak de beste keuze zijn
Kinderen hebben geen 20 kilometer nodig om zich stoer te voelen – soms is 3 km al een epische expeditie. En eerlijk, ik vind dat eigenlijk wel charmant. Hoe sneller ze succes ervaren, hoe groter de kans dat ze de volgende keer zelf hun wandelschoenen pakken. Vraag jezelf eens af : wat wil je dat je kinderen onthouden ? De afstand of de pretmomenten onderweg ?
Een goede familieroute heeft voor mij drie dingen : een duidelijk, niet te lang pad, iets leuks om te ontdekken (water, dieren, uitzicht, een rare boom… maakt niet uit) en genoeg spots om even te pauzeren. Vooral dat laatste redt vaak de sfeer, trust me.
Drie toegankelijke wandelroutes die bijna altijd scoren
1. Korte boslus met speelplek (2–4 km)
Deze vind je in heel Nederland, van de Utrechtse Heuvelrug tot Drenthe. Wat ik fijn vind : je loopt nooit ver van de parkeerplaats, dus als iemand ineens besluit dat vandaag écht niet zijn dag is… dan kun je gewoon terug. Vaak kom je onderweg een speelbos of houten klimtoestellen tegen. Kinderen vergeten dan prompt dat ze aan het wandelen zijn – ideaal.
2. Beekdal-wandelingen (3–6 km)
Routes langs laaggelegen beekjes zijn super toegankelijk : weinig hoogteverschil, veel schaduw, en altijd iets stromends waar kinderen eindeloos naar kunnen kijken. Eén van mijn favorieten was een pad waar libellen me letterlijk voorbij zoefden ; de kinderen liepen eerst te miepen en daarna te jagen op “de blauwe snelle”. Herkenbaar ?
3. Rondjes rondom meren of plassen (2–5 km)
Wanneer er water in de buurt is, stijgt de motivatie gegarandeerd. Je hebt uitzicht, vaak een strandje, en meestal horeca. Voor gezinnen vind ik vooral de routes fijn waar je niet steeds op kaart hoeft te checken waar je bent – gewoon het water volgen. Dat geeft rust, ook voor jezelf.
Hoe kies je een camping die echt werkt voor gezinnen die willen wandelen ?
Ik ben er door schade en schaterlach achter gekomen dat “kindvriendelijk” niet altijd hetzelfde betekent als “handig voor wandelaars”. Als je vooral wilt wandelen, let dan op drie dingen :
1. Ligging vlak bij een startpunt van een route
Niks zo vervelend als 25 minuten in de auto moeten voor een wandeling van 3 km. Een camping die direct aan of heel dicht bij een wandelnetwerk ligt, scheelt gedoe én gemopper.
2. Rustige plekken waar je ’s avonds kunt landen
Na een dag wandelen willen kinderen vaak nog spelen, maar jij wil misschien gewoon even een stoel, een kop thee en je voeten omhoog. Een camping waar beide kan – dat is goud.
3. Faciliteiten die het leven makkelijker maken
Een kleine winkel, schoon sanitair, misschien een zwembad. Ik dacht vroeger dat dit “luxe” was, maar nee hoor : het is gewoon praktisch wanneer je als gezin op pad bent.
Praktische tips om wandelen met kinderen éxtra leuk te maken
Maak het speels. Laat ze foto’s maken van dieren, geef ze een mini-opdracht (“zoek drie soorten bladeren”), of laat ze om de beurt gids zijn. Klinkt simpel, maar het werkt altijd beter dan : “We gaan nu even dóórlopen.”
Onderbreek de tocht bewust. Een snackstop om de 30–40 minuten houdt de energie hoog. Ik neem vaak druiven mee en iets knapperigs – het geeft meteen een mini-feestje onderweg.
Wees flexibel. Soms loopt het anders. Soms héél anders. Dan draai je terug, kies je een korter lusje of schuif je het plan een uur op. Ik heb geleerd dat dat geen mislukking is ; het is gewoon wandelen met kinderen.
Conclusie : kies slim, start klein en geniet van de chaos
Familiewandelen draait niet om prestaties, maar om samen buiten zijn zonder druk. Met de juiste route en een camping die het leven makkelijker maakt, wordt het echt een ervaring waar iedereen zin in krijgt. Misschien zelfs jij, op maandagochtend, wanneer je je koffie drinkt en denkt : “Zullen we komend weekend weer een klein rondje doen ?”
